© 2026 Rentokil Initial plc is onderworpen aan de Belgische wetgeving. Alle rechten voorbehouden. Wettelijke vermeldingen.
Ook al worden vogels niet altijd als ongedierte gezien, bepaalde soorten kunnen in grote aantallen wel degelijk voor ernstige overlast zorgen. Hun uitwerpselen beschadigen gebouwen, hun nesten veroorzaken verstoppingen en in sommige gevallen zelfs brandgevaar. Daarnaast kunnen ze in landbouw- of stedelijke omgevingen aanzienlijke schade toebrengen.
Omdat veel vogelsoorten beschermd zijn, is het cruciaal te weten welke soorten problemen veroorzaken, hoe je ze herkent en wat er wettelijk mogelijk is op het vlak van vogelbestrijding en preventie.
Ongeveer 32 cm groot.
Blauwgrijze grondkleur, vaak variaties in wit, bruin of gevlekt.
Vaak in groepen aanwezig, vooral rond pleinen en stations.
Afkomstig van de wilde rotsduif, volledig aangepast aan het stedelijke leven.
Tot 8 broedsels per jaar, telkens 2 eieren.
Nestelt op richels, balkons en onder dakconstructies.
Uitwerpselen beschadigen gebouwen en voertuigen.
Dragers van ziekten (o.a. ornithose en salmonella).
Voedselresten en nestmateriaal trekken ratten, muizen en insecten aan.
Wering met netten, pinnen en draden.
Voederverbod is cruciaal om aantallen te beperken.
Ongeveer 32 cm groot.
Blauwgrijze grondkleur, vaak variaties in wit, bruin of gevlekt.
Vaak in groepen aanwezig, vooral rond pleinen en stations.
Afkomstig van de wilde rotsduif, volledig aangepast aan het stedelijke leven.
Tot 8 broedsels per jaar, telkens 2 eieren.
Nestelt op richels, balkons en onder dakconstructies.
Uitwerpselen beschadigen gebouwen en voertuigen.
Dragers van ziekten (o.a. ornithose en salmonella).
Voedselresten en nestmateriaal trekken ratten, muizen en insecten aan.
Wering met netten, pinnen en draden.
Voederverbod is cruciaal om aantallen te beperken.
Middelgrote tot grote vogels (50–65 cm).
Volwassen vogels: wit met grijze of zwarte vleugels.
Jonge vogels: bruin gevlekt, pas na ± 4 jaar volwassen kleed.
Luidruchtige, schreeuwerige roep.
Eén broedsel per jaar, meestal 2–3 eieren.
Nesten op kliffen, maar ook steeds vaker op platte daken.
Alleseters: vissen, afval, brood en etensresten.
Geluidsoverlast en agressief gedrag tijdens broedperiode.
Uitwerpselen vervuilen gebouwen.
Risico op bird strikes nabij luchthavens.
Wettelijk beschermd.
Daken beveiligen met netten of bedrading.
Licht- en geluidsverjaging
40–50 cm groot.
Zwart-wit met opvallend lange staart.
Nieuwsgierig en luidruchtig, vaak in tuinen en steden.
Broeden maart–mei, 5–8 eieren.
Levenslange broedparen.
Alleseters: insecten, afval, eieren van andere vogels.
Geluidshinder.
Nestmateriaal kan afvoeren of schouwen blokkeren.
Predatie op zangvogels.
Gedeeltelijk beschermd.
Nestvorming ontmoedigen en gevoelige plaatsen afschermen.
Kleinste kraaiachtige (32–39 cm).
Zwart met grijs achterhoofd en opvallend lichtgrijze ogen.
Vaak in groepen of zwermen aanwezig.
Broeden maart–mei, vaak in kolonies.
Nestelen in holtes zoals schoorstenen, ventilatiekanalen en spleten.
4–6 eieren per nest.
Verstoppingen en brandgevaar door nestmateriaal in schoorstenen en ventilatiekanalen.
Geluidsoverlast en veel uitwerpselen.
Schade aan landbouwgewassen.
Gedeeltelijk beschermd.
Nestvorming vermijden door openingen af te sluiten en schoorsteenroosters te plaatsen.
48–53 cm groot, volledig zwart met donkere snavel.
Vaak solitair of in paren.
Slim en opportunistisch.
Eén broedsel per jaar, 3–5 eieren (maart–juni).
Alleseter: granen, afval, insecten, kleine dieren en aas.
Verspreiden afval door zakken open te scheuren.
Geluidsoverlast.
Predatie op weidevogels en grondbroeders.
Gedeeltelijk beschermd.
Afval goed afsluiten en gevoelige plaatsen beschermen tegen nestvorming.
20–23 cm groot.
Zwart met paarse of groene glans in zonlicht.
Korte staart, spitse vleugels.
Bekend om indrukwekkende zwermen
Twee broedperiodes per jaar (april–mei en soms juni–juli).
4–6 eieren per nest.
Alleseters: insecten, fruit, granen.
Zwermen produceren veel uitwerpselen → risico op gladheid en ziekten
Geluidsoverlast bij slaapplaatsen.
Schade aan landbouwgewassen.
Kunnen gebouwen binnendringen via ventilatieopeningen.
Strikt beschermd.
Geen actieve bestrijding toegestaan.
Nestmogelijkheden voorkomen en verjaging met licht- of geluidssystemen zijn de voornaamste opties.
Klein (14–15 cm).
Mannetje: grijze kruin, zwart borststuk.
Vrouwtje: bruin en minder opvallend.
Vaak in kolonies bij gebouwen.
2–3 legsels per jaar, telkens 4–6 eieren.
Gebruiken jarenlang dezelfde nestplek → opeenhoping van materiaal.
Voeding: zaden, insecten, voedselresten.
Nesten onder dakpannen en in gevels veroorzaken vuil en insecten.
Geluidsoverlast in grote kolonies.
Strikt beschermd in de hele EU.
Geen bestrijding toegestaan.
Enkel bouwkundige oplossingen zoals kieren dichten en daken aanpassen zijn mogelijk.
Verschillende prevenentie- en bestrijdingsmethodes